AANDELEN SELECTIE VOOR DE DEFENSIEVE BELEGGER:

·      Liever geen hightech bedrijven of financiële instellingen
·      Omzet hoger dan €300miljoen
·      Financiering: (Current Ratio): vlottende activa moet twee keer zo hoog zijn als de kort vreemd vermogen
·      Netto vlottende activa moeten hoog genoeg zijn om de lange termijn schulden te kunnen betalen
·      Groei van de winst van meer dan 3% per jaar over 7 jaar
·      Alleen Money Making Machines, dat wil zeggen, bedrijven die de afgelopen 7 jaar elk jaar winstgevend zijn geweest (of in ieder geval positieve cash-flow)
·      Een koers/winst verhouding van niet meer dan 15

·      Koers / boekwaarde verhouding van niet meer dan 1,5
·      Bij voorkeur bedrijven die dividenden uitbetalen

Deze criteria zijn afgeleid van Benjamin Graham's meesterwerk: 'De Intelligente Belegger’ pagina 100, Hoofdstuk 4: Algemeen Porfoliobeleid: De Defensieve Belegger

Regels met betrekking tot de aandelen component

De selectie van aandelen voor de portfolio van de defensieve belegger is een tamelijk eenvoudige kwestie. We doen op dit gebied vier aanbevelingen:

1:         Er moet sprake zijn van adequate maar niet overdadige diversificatie dat zou kunnen neerkomen op een minimum van 10 en  een maximum van ongeveer 30 verschillende effecten.

2:         De gekozen bedrijven moeten groot en prominent zijn. hun financiering moet behoudend zijn. De betekenis van deze moeilijk definieerbare begrippen moet in algemene zin duidelijk zijn.

3:       Alle bedrijven moeten een lange geschiedenis van onafgebroken uitgekeerde dividenden hebben. De lakmoesproef is de uitbetaling van dividend in 1931 – 1933, de jaren van de grootste  depressie. We deinzen ervoor terug om uitbetaling van dividend in die jaren als een harde voorwaarde te formuleren, want dan zouden we de test van beleggingsproducten tijd teveel naar het verleden verplaatsen en er omstandigheden bij betrekken die vermoedelijk niet veel relevantie meer hebben voor de toekomst van de betrokken bedrijven. Als logisch compromis stellen we voor dat de onafgebroken dividend uitbetaling niet later mag beginnen dan in 1936. Dat is een periode die doorgaans als de ‘vooroorlogse’ wordt aangemerkt compleet inbegrepen.

4:         De prijs die voor elk aandeel wordt betaald moet redelijk zijn in proportie tot de gemiddelde winst van dat aandeel in de afgelopen vijf jaar. We bevelen aan dat de prijs niet hoger is dan 20 maal die winst. (Totdat er voldoende gegevens over de naoorlogse winsten beschikbaar zijn, bevelen ook aan dat een prijs niets meer dan 25 keer zo hoog mag zijn als de winst uit de periode 1936 – 1940.) Dit kan de belegger beschermen tegen veel gemaakte fout om goede effecten te kopen op het moment dat de marktprijzen hoog zijn. Het zou ook-zelfs in een normale markt-de aankoop verhinderen van prima effecten die in afwachting van een sterk verhoogde toekomstige winst tegen onverantwoord hoge prijzen worden verkocht. Naar onze smaak zijn zulke aandelen niet geschikt voor de defensieve belegger, van wie niet mag worden verwacht dat hij het beoordelingsvermogen en de voorzienige blik heeft die hij nodig zal hebben om op dit gebied fouten te vermijden.


.....

Het zou echter de dwaas zijn om van dergelijke criteria een harde eis te maken. Ze worden hier louter als indicatie gegeven voor mensen die op dit gebied behoefte hebben aan helderheid. Maar elke regel die de belegger voor zichzelf hanteert en die de op grond van gezond verstand geformuleerde betekenis van begrippen als ‘groot’ en ‘prominent’  geen geweld aandoet, is acceptabel. Het is per definitie zo dat er een grote groep marginale bedrijven bestaat die sommige beleggers wel en anderen niet zouden opnemen in de lijst van bedrijven die ze geschikt achten voor defensieve beleggingen. Er schuilt geen enkel gevaar in die verscheidenheid aan meningen en gedrag.

Value investing waardebeleggen